Veelgestelde vragen

Helpt het beperken van blootstelling aan triggers?

Ja. Het beperken van blootstelling aan één of meer triggers kan helpen de symptomen en de behoefte aan medicatie terug te brengen (1). Dit is echter alleen mogelijk als u het unieke allergieprofiel van uw patiënt kent.

 

Wat is het verschil tussen voedselallergie en voedselintolerantie?

De termen voedselallergie en voedselintolerantie worden vaak door elkaar gehaald. Het zijn echter twee verschillende dingen. In tegenstelling tot bij voedselallergie is bij voedselintolerantie het immuunsysteem niet betrokken en betreft het geen levensbedreigend situatie. Lactose-intolerantie, problemen met het verteren van het melksuiker lactose, is een goed voorbeeld. De symptomen zijn o.a. opgezette buik, buikkrampen en diarree.

Bij een voedselallergie is het immuunsysteem echter wel betrokken. Dit gebeurt als het lichaam anti-IgE-antistoffen produceert tegen een bepaald voedingsmiddel. Algemene symptomen zijn galbulten en astma.

 

Kan een allergische patiënt in de loop van zijn leven allergieën ontwikkelen voor nieuwe allergenen?

De ontwikkeling van allergie in relatie tot de leeftijd kan worden beschreven als een “allergiemars”. Dit houdt in dat er vaak een vast patroon te zien is, zodra atopische immuunreacties in de vorm van anti-IgE-antistoffen in de atopische status zijn geïnitieerd en geïnduceerd.

Op welke manier de atopische aandoeningen tot uiting komen, verschilt aanzienlijk met de leeftijd van het kind, wat ook geldt voor de betreffende allergenen. Bij voedselallergieën bij jonge kinderen lijkt het erop dat na de leeftijd van 3 jaar de allergie voor inhalanten predominant wordt. Bijkomende, nieuwe allergenen tengevolge van blootstelling aan hogere concentraties of in de vorm van nieuwe allergenen zijn mogelijk. Het immuunsysteem heeft echter de neiging minder actief te zijn naarmate wij ouder worden (2).

 

Wat is de prevalentie van allergie?

Ca. 35% van de populatie heeft allergische symptomen, hoewel de frequentie van allergieën per land kan variëren.

 

Waarom worden sommige mensen allergisch en anderen niet?

Genetische factoren bepalen in hoeverre en in welke mate een individu overgevoelig wordt en hoeveel anti-IgE-antistoffen er worden aangemaakt. Sensibilisatie, ontstekingen en weefselirritatie tengevolge van verschillende blootstellingen kunnen verschillend ontwikkelen bij individuele patiënten.

 

Waarom is het niet mogelijk met een bloedsample op contacteczeem te testen?

Contacteczeem wordt niet gemedieerd door antistoffen, maar door lymfocyten. Hiervoor kan een plakproef worden gebruikt met een testreeks van een aantal verdachte antigenen. De testreeks blijft 48 uur lang op de rug van de patiënt zitten. De reacties worden na 72 uur afgelezen. (Dit type reactie wordt ook wel vertraagde hypersensitiviteit genoemd).

 

Is het mogelijk over een allergie heen te groeien?

Kinderen groeien meestal over een melk- of eiwitallergie heen, terwijl voedselallergieën voor bijv. noten en vis over het algemeen ook op latere leeftijd blijven bestaan. Specifieke IgE-antistoffen voor voedselallergenen op jongere leeftijd vormen een vroegtijdige predictor voor de ontwikkeling van atopische aandoeningen en voor de IgE-productie tegen inhalatieallergenen op latere leeftijd.

 

Wat is de incidentie van geneesmiddelallergie?

De incidentie van overgevoeligheid voor geneesmiddelen van de totale volwassene populatie wordt geschat op ca. 15%. Bij geneesmiddelallergie zijn allerlei mechanismen betrokken en de incidentie van zgn. ‘immediate’ geneesmiddelreacties (Type I) lijkt zeer laag in vergelijking tot allergieën voor vaker voorkomende allergenen, zoals pollen en huisdieren. De incidentie van allergieën voor penicilline is 1/1000 toedieningen, d.w.z. 0,7 tot 10% van de behandelingen (3).

 

Kun je als volwassene allergisch worden, zelfs als je dat nooit eerder was?

Ja, je kunt in een later stadium van je leven allergisch worden, maar de symptomen dienen zich vaak al eerder aan. Het kan echter in een later stadium van het leven optreden door de introductie van nieuwe allergenen of vergroting van de allergeenbelasting.

 

Geven huidpriktests (HPT) en IgE-bepalingen verschillende uitslagen?

Huid- en bloedtests worden allebei gebruikt voor het diagnosticeren van IgE-gemedieerde reacties op allergenen. Een positieve test hangt niet af van anti-IgE-antistoffen, maar ook op de integriteit van mestcellen en de vasculaire en neurale respons. Onder ideale omstandigheden leveren huidprik/priktests uitslagen op die vergelijkbaar zijn met geoptimaliseerde in-vitro anti-IgE-antistoftests. Huidtests zijn echter niet kwantitatief en de uitslag kan niet worden vergeleken met andere klinieken. In tegenstelling tot in-vitrotests hangen huidtests af van de status van de huid en worden ze beïnvloed door medicatie en door de manier waarop de test is gedaan. Er is een klein, maar duidelijk risico op systemische reacties tengevolge van huidtests (4).

Een ander verschil is de standaardisatie. HPT-uitslagen hangen af van de kwaliteit van het extract, de vaardigheid van de persoon die de test doet, de testlocatie op de huid en de medische behandeling. Voor het bereiken van een goede standaardisatie dienen al deze parameters goed te worden gecontroleerd, wat niet eenvoudig is. ImmunoCAP IgE-bepalingen daarentegen zijn gestandaardiseerd door de testfabrikant en het testlaboratorium is beoordeeld aan de hand van internationale of nationale kwaliteitsbeoordelingsprogramma's, zoals NEQAS in het VK. Dit garandeert een uitstekende standaardisatie.

 

Speelt voedselallergie een rol in atopische dermatitis/atopisch eczeem?

Ruim 30% van de kinderen met atopische dermatitis kan een voedselallergie hebben (5). Bij volwassenen ligt dit cijfer wat lager (6).

 

Wat wordt bedoeld met “verborgen” allergenen?

Het is uiterst belangrijk dat kinderen en jongvolwassenen zich bewust zijn van “verborgen” allergenen in verschillende soorten voedingsmiddelen, d.w.z. van allergenen in voedingsmiddelen die niet te zien zijn of volledig zijn vermeld. Deze groep jonge mensen is met name overgevoelig voor commercieel bereide voedingsmiddelen, waar de kans op verborgen allergenen het grootst is. Het is dan ook van belang patiënten aan te sporen etiketten op voedingsmiddelen te lezen en begrijpen. Helaas zijn de voorbeelden van misleidende etiketten en onvolledige ingrediëntenlijsten legio.

Er zijn ook voorbeelden van kruisbesmetting van voedingsmiddelen. Aangezien gedetailleerde etiketten alleen niet voldoende zijn, moeten patiënten (en anderen die de zorg voor jongeren hebben) worden voorbereid op en onderwezen in de acute, onverwachte anafylactische allergische reacties na inname van allergenen. Pinda, noten, melk, ei, vis, schelp- en schaaldieren zijn voedingsmiddelen die het vaakst leiden tot onverwachte anafylactische reacties.

 

Is er kruisreactiviteit tussen voedingsmiddelen?

Als patiënten overgevoelig zijn voor één voedingsmiddel, kan er ook een reactie optreden op andere voedingsmiddelen die tot dezelfde biologische familie behoren. Voedingsmiddelen bevatten allerlei verschillende allergenen en een patiënt kan overgevoelig zijn voor één of meerdere ervan. Bovendien kan een voedingsmiddel hetzelfde allergeen bevatten als een ander voedingsmiddel, hoewel nooit met zekerheid is te stellen dat een patiënt klinisch op dezelfde manier reageert op beide voedingsmiddelen.

De best gedocumenteerde kruisreactiviteit is die tussen appel en berkenpollen. Desalniettemin is niet iedereen met een appelallergie ook noodzakelijkerwijs allergisch voor berkenpollen. Er kan nooit worden uitgegaan van kruisreactiviteit. Belangrijke voedingsmiddelen mogen onder geen beding uit het dieet worden uitgesloten zonder te testen en een klinische diagnose.

 

Wat wordt bedoeld met sensibilisatie?

Als patiënten overgevoelig zijn voor één voedingsmiddel, kan er ook een reactie optreden op andere voedingsmiddelen die tot dezelfde biologische familie behoren. Voedingsmiddelen bevatten allerlei verschillende allergenen en een patiënt kan overgevoelig zijn voor één of meerdere ervan. Bovendien kan een voedingsmiddel hetzelfde allergeen bevatten als een ander voedingsmiddel, hoewel nooit met zekerheid is te stellen dat een patiënt klinisch op dezelfde manier reageert op beide voedingsmiddelen.

De best gedocumenteerde kruisreactiviteit is die tussen appel en berkenpollen. Desalniettemin is niet iedereen met een appelallergie ook noodzakelijkerwijs allergisch voor berkenpollen. Er kan nooit worden uitgegaan van kruisreactiviteit. Belangrijke voedingsmiddelen mogen onder geen beding uit het dieet worden uitgesloten zonder te testen en een klinische diagnose.

Zijn anti-IgE-antistoffen stabiel in serumsamples?

Studies hebben aangetoond dat anti-IgE-antistoffen in serumsamples bij opslag van -20 ºC jarenlang stabiel zijn.

 

Kunnen plasma-, hemolytische, lipemische en icterische samples in ImmunoCAP worden gebruikt voor IgE-tests?

Er zijn studies gedaan met EDTA-, heparine- en citraatplasma- alsook hemolytische, icterische en lipemische samples. Er zijn in vergelijking met serum geen opvallende verschillen in de uitslagen gevonden bij dit type samples.

 

Kan serum van capillair bloed worden gebruikt voor IgE-tests?

Ja, serum van capillair bloed en serum van veneus bloed geven identieke uitslagen bij testen op totaal IgE, specifiek IgE en Phadiatop in ImmunoCAP (7, 8, 9).

 

Kan houtstof een allergie veroorzaken?

Het meeste houtstof bevat allerlei chemicaliën die irritatie en, naar alle waarschijnlijk, type IV (T-cel) sensibilisatie veroorzaakt. Houtstof staat echter niet bekend om zijn betrokkenheid bij IgE-gemedieerde reacties. Er zijn echter een paar uitzonderingen. Van sommige typen tropische houtsoorten is bijvoorbeeld aangetoond dat ze IgE-gemedieerde reacties veroorzaken.

Is warmtebehandeling van patiëntsera van invloed op de IgE-testuitslagen?

Als samples met warmte worden behandeld, ondergaan sommige proteïnen sterische veranderingen die (deels) onomkeerbaar zijn. Zeer hoge temperaturen (koken) kunnen de proteïnen volledig vernietigen.

Het is bekend dat sommige delen van het IgE-molecuul (o.a. het receptorbindende deel) bij warmtebehandeling (56 °C gedurende 30 minuten) van samenstelling veranderen.

In ImmunoCAP-tests voor totaal IgE (tIgE) en allergeenspecifiek IgE (sIgE) worden stabiele epitopen van het IgE-molecuul gebruikt voor de hechting van het anti-IgE-antistofconjugaat. Lichte warmtebehandeling is dan ook niet van invloed op de IgE-testuitslagen.

 

Vanaf welke leeftijd is het relevant op IgE te testen bij kinderen?

IgE circuleert vanaf de geboorte in het lichaam, zij het normaal gesproken in zeer lage concentraties. Sommige landen hebben voor pasgeboren baby's onderzoeksprogramma's naar totaal IgE voor de opsporing van kinderen die de kans lopen op toekomstige allergieproblemen. Voor ImmunoCAP Total IgE zijn de te verwachten waarden voor kinderen vanaf 6 weken bepaald.

Voor de tests kan capillair bloed worden gebruikt.

Koemelk is een belangrijke veroorzaker van allergische reacties bij jonge kinderen. Uit rapporten blijkt dat de prevalentie van IgE-gemedieerde reacties op melk bij jonge kinderen varieert van 0,5-7,5 %.

Allergie voor ei komt veel voor bij jonge kinderen. Eispecifieke anti-IgE-antistoffen zijn normaal gesproken de eerste antistoffen bij kinderen die atopische aandoeningen ontwikkelen. Het meten van eiwitspecifiek IgE (Pharmacia CAP System) op de leeftijd van 6 maanden blijkt een zeer goede predictor voor het feit of zich in de eerste 5 levensjaren een huisstofmijtallergie zal ontwikkelen.

De verwachte waarden voor specifiek IgE zijn niet aan leeftijd gebonden.

 

Stel dat een patiënt positief test op specifieke anti-IgE-antistoffen tegen een bepaald allergeen in zijn serum, betekent dit dan altijd dat hij ook klinische symptomen heeft?

De aanwezigheid van anti-IgE-antistoffen betekent dat het sensibilisatieproces al is begonnen. Samen met symptomen en een positieve anamnese bevestigt dit het veroorzakende allergeen, maar zonder symptomen kan het de latere ontwikkeling van een allergische aandoening voorspellen. Vaak gaan IgE-specifieke antistofuitslagen vooraf aan de symptomen, maar de symptomen komen na verloop van tijd ook tot uiting. Bij kinderen is ook gemeld dat de anti-IgE-antistoffen, zoals tegen koemelk, nog een tijdje in het serum blijven nadat tolerantie is ontstaan.

 

Is het aan te raden te testen op specifiek IgE voor voedselallergenen in serum bij oudere kinderen en volwassenen?

Hoewel voedselallergie meer voorkomt bij jonge kinderen, kan het op alle leeftijden optreden. Negatieve testresultaten geven waardevolle informatie, omdat het onnodig uitsluiten van voedingsmiddelen uit het dieet kan worden voorkomen.

 

Wat zijn de principes voor de kwaliteitscontrole en standaardisatie van de ImmunoCAP allergene bronmaterialen van Phadia?

De standaardisatie is gebaseerd op het gebruik van een reeks patiëntsera waarop anti-IgE-antistofonderzoek en immunoblotting is toegepast. Na het vergelijken van minimaal 5 verschillende lots tegen deze sera wordt een referentiebronmateriaal gekozen. Voordat een nieuwe lot met bronmateriaal in gebruik wordt genomen, moet het voldoen aan de specificaties van het referentiebronmateriaal. Op die manier wordt samen met ImmunoCAP-kwaliteitscontrolespecificaties voor de prestaties, maximale reproduceerbaarheid verkregen. 

Referenties

  1. NIH. Guidelines for the Diagnosis and Management of Asthma, 2007. NIH publication 08-4051.
     
  2. Niemeier NR, de Monchy JG. Age-dependency of sensitization to aero-allergens in asthmatics. Allergy 1992;47:431-5.
     
  3. Daniel Vervloet, Michel Pradal. Drug Allergy. Sundbyberg: S-M Ewert AB, 1992:4, 55.
     
  4. Nelson HS. Variables in allergy skin testing. Allergy Proc 1994;15(6):265-8
     
  5. Sampson HA. The role of food allergy and mediator release in atopic dermatitis. J Allergy Clin Immunol 1988;81:635-645.
     
  6. Ring J. Nahrungsmittelallergie und atopische Ekzem. Allergologie 1984;7:300-306.
     
  7. Liappis, N; Berdel, B. Determination of total IgE and of specific IgE in the serum of capillary blood. Allergologie;1998;11:10-12.
     
  8. Lilja, G; Magnusson C G; et al. Neonatal IgE levels and three different blood sampling techniques. Allergy;1992;47:522-526.
     
  9. Bauer, C; Atopy screening in children: Total IgE, Phadiatop, and RAST multiple food allergen disc performed on capillary blood samples. Allergologia e Immunologia Clinica; 1987; 2:95.