Pollenallergenen

 

Timoteegras | Berk | Olijf | Bijvoet | Klein glaskruid

 

  g6 Timoteegras

Allergeenbeschrijving

Phleum pratense (timoteegras)

Familie

Poaceae (Gramineae) (grassenfamilie)

Subfamilie

Pooideae

Tribus

Agrostideae

Timoteegraspollen veroorzaken bij overgevoelige individuen vaak hooikoorts, astma en conjunctivitis. Timoteegras is een van de meest voorkomende grassoorten ter wereld en een van de belangrijkste bestanddelen van diervoeder. Het groeit het best in koelere, vochtige klimaten.

Er zijn een aantal allergene proteïnen van timoteegras geïdentificeerd en gekarakteriseerd.

Blootstelling aan allergeen

Timoteegras bloeit van de vroege zomer tot midzomer. Timoteegras groeit volop in velden en weilanden en in wegbermen. Het wordt in weilanden ingezaaid als veevoer en zit van nature in hooi.

Kruisreactiviteit

Er is een uitgebreide kruisreactiviteit tussen verschillende, verwante grassen te verwachten, met name grassen die tot de subfamilie Pooideae behoren.

Pollen van timoteegras lijken ook allergenen te delen met tomaten, pinda's, kiwi en ander fruit en andere groenten. Het deelt verder IgE-bindende epitopen voor glycoproteïne in latexallergenen wat deels de klinische symptomen kan verklaren als patiënten met een pollenallergie in contact komen met latex.

Klinische ervaring

IgE-gemedieerde reacties

Allergieën voor de pollen van timoteegras zijn uitgebreid gerapporteerd. Timoteegras is in de zomer een van de belangrijkste veroorzakers van allergische rhinitis, astma en allergische conjunctivitis in koele, gematigde klimaten.

Uit onderzoek van de Europese Unie naar de luchtweggezondheid bleek dat volwassenen die als kind op boerderijen hadden gewoond minder vaak overgevoelig waren en minder kans liepen op nasale symptomen bij de aanwezigheid van pollen in zijn algemeenheid.

Timoteegras is een zeer prevalent aëroallergeen in het Middellandse Zeegebied, waaronder Spanje. In een berk- en ambrosiavrij gebied in Spanje was 97,9% van de patiënten met een pollenallergie overgevoelig voor timotee- en raaigras. Het duidelijkste verband tussen bronchiale hyperreactiviteit en de respons op specifiek IgE is gezien bij timoteegras.

In Zweden bleek uit tests naar allergeenspecifiek IgE bij 7.099 volwassen patiënten met astma en/of rhinitis dat timoteegras, kat en berk de meest prevalente allergenen waren. Van deze patiënten was 65% overgevoelig voor meerdere allergenen en 35% had een monoallergie, meestal voor timoteegras (70%).

 

 

  t3 Berk

Allergeenbeschrijving

Betula verrucosa (ruwe berk)

Familie

Betulaceae (berkenfamilie)

Een boomsoort die grote hoeveelheden pollen produceert en bij overgevoelige individuen vaak de veroorzaker is van hooikoorts, astma en conjunctivitis.

De ruwe of zilverberk komt veel voor en is een enkelstammige, bladverliezende boom die tot ca. 25 meter hoog wordt. De bast is glad en zilverwit en verkleurt aan de basis naar zwart en vertoont verticale barsten.

Er zijn verschillende allergene proteïnen in berkenpollen geïdentificeerd en gekarakteriseerd, zoals het primaire allergeen Bet v1 en Bet v2 (een profiline).

Blootstelling aan allergeen

De berk bloeit in het late voorjaar, normaal gesproken tezamen met het verschijnen van de eerste blaadjes. In Noord-Amerika bloeit de berk in het vroege voorjaar en soms nog een keer in de nazomer of herfst. De bloeitijd is normaal gesproken kort. Berken zijn zgn. windbestuivers.

De berk komt voor in bossen en groeit met name op lichtere grondsoorten. De berk wordt vaak gezien in heidevelden en open plekken en wordt ook aangeplant in tuinen.

De ruwe of zilverberk komt van nature voor in Europa, Noordwest Amerika en West-Siberië, maar is zeldzaam in de zuidelijke delen van Europa. Het is de meest voorkomende boom in Scandinavië en de Alpen en is in deze gebieden een potente producent van pollen. In Oost-Azië en Noord-Amerika zijn nauw verwante soorten te vinden.

Kruisreactiviteit

Er is kruisreactiviteit te verwachten tussen de pollen van soorten binnen de berkenfamilie of nauw verwante families en dit wordt dan ook vaak gezien.

De belangrijkste allergenen in hazelnoot, appel, peer, abrikoos en zoete kersen, alsook secundaire allergenen in andere voedingsmiddelen, zoals pinda's en soja, zijn structureel homoloog aan Bet v1, het belangrijkste allergeen in berkenpollen.

Er wordt regelmatig kruisreactiviteit gezien tussen andere profilinebevattende stoffen, zoals hazelnoot, ambrosiapollen, mango, bijvoetpollen, timoteegraspollen, selderij, wortel, pinda en kruiden.

Klinische ervaring

IgE-gemedieerde reacties

Berkenpollen zijn zeer allergeen en veroorzaken allergische reacties, zoals astma, allergische rhinitis en conjunctivitis. Berk is één van de belangrijkste veroorzakers van hooikoorts in het voorjaar.

Kruisreactiviteit tussen berk en voedingsmiddelen kan bij individuen die overgevoelig zijn voor berken resulteren in het Oral Allergy Syndrome. De symptomen van voedselallergie bij patiënten met berkenpollinose zijn meestal mild en beperken zich tot de mond-keelholte. Hoewel een voedselallergie, bijv. voor hazelnoot, zonder coëxisterende pollinose minder vaak voorkomt, zijn de symptomen vaak ernstiger en vaak systemisch.

 

 

  t9 Olijf

Allergeenbeschrijving

Olea europaea (olijfboom)

Familie

Oleaceae (olijffamilie)

Olijfpollen veroorzaken bij overgevoelige individuen vaak hooikoorts, astma en conjunctivitis.

De olijfboom is een niet-bladverliezende boom die tot 10 meter hoog wordt, met een brede, ronde kroon en een dikke, knobbelige stam.

De bestuiving vindt plaats via insecten alsook wind als er veel pollen zijn. Olijfbomen groeien in plantages en bossen en als kreupelhout in droge, rotsige plaatsen.

Blootstelling aan allergeen

Olea europaea, de olijfboom, wordt erkend als een van de belangrijkste veroorzakers van seizoensgebonden luchtwegallergie in het Middellandse Zeegebied en in andere delen van de wereld waar de boom tegenwoordig groeit.

De olijfboom stamt oorspronkelijk uit Anatolië van waaruit de boom zich over het Middellandse Zeegebied verspreidde. Van hieruit werd de boom in Noord-Amerika (met name Californië en Arizona), Zuid-Amerika (Chili), Australië en Zuid-Afrika geïntroduceerd. In Noord-Amerika worden olijfbomen alleen in het zuidwesten gevonden.

De bloeiperiode van de olijfboom varieert. De periode valt normaal gesproken in het voorjaar, maar in Europa kan de bloeitijd, afhankelijk van de regio, al in januari beginnen.

Kruisreactiviteit

Er is een hoge mate van kruisreactiviteit aangetoond tussen olijfboom, es en wilde liguster en alle leden uit de olijffamilie (Oleaceae).

In een Spaanse studie naar cipressensibilisatie bleek uit een huidpriktest bij 1.532 patiënten met luchtwegaandoeningen (astma en/of rhinoconjunctivitis) dat alle patiënten met cipresovergevoeligheid ook positief reageerden op olijf en wilde liguster.

Gezien de aanwezigheid van het panallergeen profiline is een zekere mate van kruisreactiviteit te verwachten met andere plantenallergenen.

Klinische ervaring

IgE-gemedieerde reacties

Olijfpollen kunnen bij overgevoelige individuen astma, allergische rhinitis en allergische conjunctivitis veroorzaken.

De frequentie van de sensibilisatie voor olijfpollen varieert in het Middellandse Zeegebied. In Griekenland is meer dan 37% van de atopische individuen overgevoelig voor de olijffamilie (Oleaceae).

De meerderheid van de studies duidt op een hogere prevalentie van rhinoconjunctivale symptomen dan van astma. Patiënten neigen bij olijfpollen naar meervoudige overgevoeligheid in plaats van mono-overgevoeligheid. Mono-overgevoelige individuen, zowel kinderen als volwassenen, kunnen het hele jaar symptomen hebben zonder een duidelijke toename tijdens het bloeiseizoen van de olijf.

 

 

  w6 Bijvoet

Allergeenbeschrijving

Artemisia vulgaris (bijvoet)

Familie

Asteraceae (Compositae) (composietenfamilie)

Bijvoetpollen veroorzaken bij overgevoelige individuen vaak hooikoorts, astma en conjunctivitis.

De plant is een agressieve, algemeen voorkomende, overblijvende plant die zich verspreidt via ronde, kruipende wortelstokken (rizomen). De plant wordt normaal gesproken ca. een meter hoog en heeft een vrij rommelige, onaantrekkelijke verschijning.

De plant zet van de zomer tot medio herfst geelgroene tot roodbruine bloemknopjes die in clusters in de top van de plant staan en waaruit kleine, onopvallende, geelgroene bloemetjes komen.

Er zijn een aantal allergene proteïnen van bijvoet geïdentificeerd en gekarakteriseerd.

Blootstelling aan allergeen

Bijvoet komt in het algemeen voor op stortplaatsen, in bermen, braakliggende terreinen in steden en andere, verstoorde gebieden. Het is een probleemplant in gazongras, kwekerijen en natuurgebieden.

De plant komt van nature voor in Europa en Azië, maar wordt nu ook gevonden in het oosten van de VS.

Kruisreactiviteit

Er is een uitgebreide kruisreactiviteit te verwachten tussen de verschillende soorten van het geslacht, alsook tussen leden van de composietenfamilie Asteraceae (Compositae), zoals salie, guldenroede, ambrosia, chrysanthemum en kamille.

Er is verder veel kruisreactiviteit aangetoond tussen bijvoet, selderij, wortel en soorten uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae) (selderij-wortel-bijvoet-specerijensyndroom). Er is ook enige kruisreactiviteit met sla, noten, mosterd en de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).

Het panallergeen profiline is geïdentificeerd als een van de kruisreactieve componenten in bijvoet- en ambrosiapollen. Profiline leidt tot verschillende niveaus van kruisreactiviteit tussen bijvoet en andere pollen en voedingsmiddelen die dit allergeen bevat. Profiline wordt gevonden in vrijwel alle pollen en alle voedingsmiddelen van plantaardige oorsprong.

Klinische ervaring

IgE-gemedieerde reacties

Er zijn veel gevallen bekend van sensibilisatie voor bijvoet en allergie. Bijvoetpollen zijn een belangrijker veroorzaker van astma, allergische rhinitis en allergische conjunctivitis. Blootstelling aan bijvoetpollen kan verder bijdragen aan het ontstaan of exacerbatie van het Oral Allergy Syndrome, eczeem, urticaria en anafylaxie, bijv. als voedingsmiddelen (bijv. honing) is vervuild met de pollen.

Van ca. 25% van de patiënten met een bijvoetallergie is ook overgevoeligheid gerapporteerd voor allerlei voedingsmiddelen, zoals selderij, kruiden en wortel.

 

 

  w21 Klein glaskruid

Allergeenbeschrijving

Parietaria judaica (Klein glaskruid)

Familie

Urticaceae (brandnetelfamilie)

De pollen van klein glaskruid veroorzaken bij overgevoelige individuen vaak hooikoorts, astma en conjunctivitis.

Het is een onregelmatige, wijdvertakte, bossige overblijvende plant met broze, roodachtige stengels. De plant wordt 30 tot 100 cm hoog.

Klein glaskruid is een veel voorkomende plant in het Middellandse Zeegebied en langs de Europese Westkust tot in centraal Engeland aan toe. De plant is geïntroduceerd in andere delen van West-Europa en in Australië en Argentinië. Twee nauw verwante soorten worden gevonden in de VS en één in Brazilië.

Het geslacht Parietaria (glaskruid) bestaat uit 10 soorten die tussen elkaar zeer kruisreactief zijn. De pollen van klein glaskruid zijn een de meest voorkomende oorzaken voor pollinose in de groeigebieden van de plant.

Blootstelling aan allergeen

De plant groeit bij voorkeur op muren, rotsen, wallen en onder heggen.

In veel landen bloeit klein glaskruid het hele jaar door, maar met een piek in het voorjaar en rond november.

Allergie voor klein glaskruid komt vooral voor in het Middellandse Zeegebied.

Kruisreactiviteit

Er is een uitgebreide kruisreactiviteit te verwachten tussen de verschillende soorten van het geslacht, alsook in zekere mate tussen soorten van de brandnetelfamilie (Urticaceae). Er is een grote mate van homologie aangetoond tussen P. judaica, P. officinalis, P. lusitanica en P. mauritanica.

Er is echter ook kruisreactiviteit te verwachten tussen klein glaskruid en familieleden van andere geslachten alsook in zekere mate tussen andere planten gezien de aanwezigheid van het panallergeen profiline.

Klinische ervaring

IgE-gemedieerde reacties

De pollen van klein glaskruid zijn erkend als een belangrijk allergeen dat symptomen als astma, allergische rhinitis en allergische conjunctivitis veroorzaakt.

Rhinoconjunctivitis en bronchiaal astma, alleen of vergezeld gaand van elkaar, is/zijn de belangrijkste klinische uitingsvorm(en). Het seizoen waarin patiënten last hebben van symptomen is bij voorkeur het voorjaar. Veel patiënten vertonen echter een meerseizoens patroon.

Bij kinderen is de sensibilisatie voor klein glaskruid klein, maar het kan de belangrijkste veroorzaker van sensitiviteit worden naarmate het individu ouder wordt.