Auto-immuunziekten

Er komen opvallend veel verschillende auto-immuunziekten voor. Vrijwel elk systeem in het lichaam kan bij een auto-immuunproces betrokken raken.

 

Het spectrum van auto-immuunziekten loopt uiteen van aandoeningen waarbij één orgaan is betrokken (zoals Hashimoto-thyroïditis) tot aandoeningen waarbij alle systemen in het lichaam zijn betrokken (zoals SLE). De auto-antigenverdeling wordt grotendeels bepaald door de manier waarop de aandoening zich uit.

 

 

Voor een gedetailleerde beschrijving van de afzonderlijke auto-immuunziekten verwijzen wij naar de gespecialiseerde literatuur. Hieronder volgt een kleine selectie. Zeldzamere auto-immuunziekten worden verder uiteengezet op de pagina over markers van auto-immuunziekten.

Clusteren van auto-immuunziekten

Bij niet-orgaanspecifieke auto-immuunziekten is bij één persoon vaak een overlap te zien van auto-antistofprofielen en klinische kenmerken. Een patiënt kan bijvoorbeeld enkele kenmerken hebben van SLE en van sclerodermie en vertoont in dat geval een "overlapsyndroom". Ook kan één persoon twee verschillende auto-immuunziekten tegelijkertijd hebben (zoals een schildklieraandoening en reumatoïde artritis). Dit komt een veel vaker voor dan wordt gedacht. Tegelijkertijd is er binnen dezelfde familie een zekere clustering te zien van de auto-immuunziekten. Dit kan deels worden verklaard door de onderliggende genetische basis van deze aandoeningen, maar verklaart niet waarom in één familie de ene zus pernicieuze anemie kan ontwikkelen, terwijl de ander Hashimoto-thyroïditis krijgt.  

Andere gespecialiseerde literatuur:

  •  Rose NR, Mackay IR (1998) The autoimmune diseases, 3rd edition. Academic Press, San Diego, CA, USA
     
  • Ollier W, Symmons DPM (1992) Autoimmunity. BIOS Scientific Publishers Limited, Oxford, Great Britain  
     
  • Stites DP, Terr AI, Parslow TG (1997) Medical Immunology, 9th edition. Appleton & Lange, Stamford, CT, USA