Ziekte van Graves

De Ziekte van Graves deelt veel immunologische kenmerken met auto-immuunthyroïditis en auto-immuunhypothyreoïdie treedt inderdaad vaak jaren na succesvolle behandeling met antithyroïde geneesmiddelen op.

Kenmerkend voor de Ziekte van Graves is de productie van TSH-R-stimulerende antistoffen wat leidt tot blijvende hyperthyreoïdie met kenmerkende, stevige, diffuse vergroting die de meeste patiënten hebben. De Ziekte van Graves is de meest voorkomende oorzaak voor hyperthyreoïdie en staat voor 60-80% van de gevallen.

In Europa is de prevalentie ca. 1% bij vrouwen van 35-60 jaar oud. Bij mannen is de frequentie 5 tot 10 keer lager. Ruim 90% van de patiënten met de Ziekte van Graves hebben een schildkliergeassocieerde ophthalmopathie. Bij ca. 50% van de patiënten is de aandoening klinisch duidelijk met bijvoorbeeld het achterblijven van het bovenste ooglid bij naar beneden kijken, retractie, zenuwbeklemming en minder vaak (minder dan 5% van de patiënten) ernstige congestieve ophthalmopathie.