Woordenlijst auto-immuunziekten

De terminologie van auto-immuniteit is ingewikkeld. Hieronder volgt een lijst met veelvoorkomende woorden en uitdrukkingen op dit gebied alsook hoe deze moeten worden begrepen.

 

 

 

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M |
N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z
 

 

 

A

Affiniteit
De mate van aantrekking tussen een antigeen en een antistof.

Antistof
Een molecuul (ook wel immunoglobuline genoemd) dat in reactie op een antigeen wordt gemaakt door een B-cel. De binding van de antistof aan het antigeen leidt tot de vernietiging van het antigeen.

Antigeen
Een stof of molecuul die/dat wordt herkend door het immuunsysteem. Het molecuul kan afkomstig zijn van aan lichaamsvreemd materiaal, zoals een bacterie of een virus, maar ook van hetzelfde organisme (d.w.z. het eigen lichaam). In dat laatste geval wordt het een auto-antigeen genoemd.

Antigeenpresenterende cel
Een cel die een antigeen met een MHC-molecuul aan het celoppervlak presenteert.

Apoptose
Geprogrammeerde celdood (zelfdoding)

Auto-immuniteit
Het gezonde menselijk lichaam is uitgerust met een krachtige set hulpmiddelen om weerstand te bieden tegen de aanvallen van binnendringende micro-organismen (zoals virussen, bacteriën en parasieten). Helaas gaat deze set hulpmiddelen, die ook wel het immuunsysteem wordt genoemd, soms in de fout en valt het eigen lichaam aan. Deze onjuiste gerichte, immunoresponsen worden auto-immuniteit genoemd en kunnen worden aangetoond aan de hand van de aanwezigheid van auto-antistoffen of T-lymfocyten die op antigenen van de gastheer reageren.

Aviditeit
De algehele kracht waarmee een multivalente antistof bindt met een multivalent antigeen.

 

B

B-cel
Een type lymfocyt; een immuunsysteemcel. Eén van de rollen van de B-cel is o.a. de productie van antistoffen die antigenen binden.

Gerst
Gerst is een veelvoorkomend hoofdbestanddeel in het dieet van mens en dier. Gerst maakt deel uit van de grassenfamilie, groeit in ruim 100 landen en is een van de populairste granen, op tarwe, maïs en rijst na. Hoewel gerst vrij aanpasbaar is en in veel regio's kan groeien, is het een kwetsbaar gewas dat zorg nodig heeft in alle groeistadia en bij de oost.

 

C

Syndroom van Churg-Strauss
Eosinofilie en granulomateuze ontsteking van de luchtwegen met necrotiserende ontsteking van de kleine en middelgrote bloedvaten. Is geassocieerd met astma en eosinofilie.

Coeliakie
Coeliakie (in Noord-Amerika 'celiac disease' genoemd) is een auto-immuunziekte van de dunne darm die bij mensen met een erfelijke aanleg optreedt, ongeacht leeftijd en vanaf de kleutertijd. Symptomen zijn chronische diarree, slechte groei (bij kinderen) en vermoeidheid. Dit hoeft echter niet en er zijn ook symptomen in andere orgaansystemen beschreven.

Conjugaat
Reagens die ontstaat door de covalente binding van twee moleculen, bijvoorbeeld fluoresceïne gebonden aan een immuunmolecuul.

 

D

 

E

ELISA
Enzyme-Linked Immunosorbent Assay
De ELISA-test is een methode voor kwantitatieve analyse waarbij een van de reagentia is gelabeld met een enzym. Dit kan een antigeen of een antistof zijn.
Normaal gesproken wordt een microtiterplaatje gecoat met het antigeen dat overeenkomt met het doelantistof. Als deze specifieke antistof in het bloedsample van de patiënt aanwezig is, zal het aan het antigeen binden. In de volgende reactiestap bindt een enzymgeconjugeerde, secundaire antistof aan de target-antistof. Door dit enzym ondergaat het substraat een kleurreactie. Door de hoeveelheid kleurreactie te vergelijken met die van standaarden van bekende concentraties kan de antistofconcentratie in het testsample worden bepaald.

Eosinofilie
Hoge concentratie eosinofielen (eosinofiele granulocyten) in het bloed.

 

F

 

G

 

H

 

I

 

J

 

K

 

L

 

M

Mixed Connective Tissue Disease (MCTD)
MCTD of overlapsyndroom, met overlappende symptomen van verschillende bindweefselaandoeningen (systemische lupus erythematosus (SLE), reumatoïde artritis (RA), sclerodermie, polymyositis, dermatomyositis, Syndroom van Sjögren (SS)).Typische bevindingen zijn o.a. hoge titers van antistoffen tegen ribonuclease P (U1-RNP), anti-nucleaire antistoffen en reumafactoren. MCTD wordt op dezelfde manier behandeld als sclerodermie of SLE.

 

 

N

NSAID's
Nonsteroidal Anti-Inflammatory Drugs (ontstekingsremmende geneesmiddelen die niet behoren tot de groep van de corticosteroïden)

 

 

O

 

P

Pathogeen
Ziekteverwekkend organisme.

Primaire respons
Eerste immuunreactie (cellulair of humoraal) na de eerste blootstelling aan een specifiek antigeen.

 

Q

 

R

 

S

Sclerodermie
Sclerodermie of progressieve systemische sclerose (PSS) wordt gekenmerkt door fibrose van het bindweefsel waarbij met name huid, bloedvaten, longen, pleura, myocardium, pericardium, slokdarm en dunne darm betrokken zijn. De oorzaak van deze multisysteemziekte is niet bekend.

 

T

 

U

 

V

 

W

Ziekte van Wegener of granulomatose van Wegener

Granulomateuze ontsteking van de luchtwegen en necrotiserende vasculitis van de kleine en middelgrote bloedvaten.
De Ziekte van Wegener behoort tot de groep systemische vasculitisaandoeningen die betrekking hebben op de kleine bloedvaten.

 

 

X

 

Y

 

Z